Wet Personenvervoer 2000

Uit OV in Nederland
Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet Personenvervoer 2000 (afkorting: Wp2000) is een Nederlandse wet die in werking is getreden op 1 januari 2001. De wet bevat bepalingen over het stads- en streekvervoer, besloten busvervoer (o.a. dagreizen) en taxivervoer in Nederland.

Doel[bewerken]

Met deze wet werd gepoogd zowel de kwaliteit en de efficiëntie van het openbaar vervoer te verbeteren als de kostprijs van het openbaar vervoer te verlagen.

Opzet[bewerken]

De Wet Personenvervoer 2000 gaat uit van OV-autoriteiten (provinciale en regionale overheid) die via het Ministerie van Verkeer en Waterstaat exploitatiesubsidie krijgen om stads- en streekvervoer, gedecentraliseerd treinvervoer, Collectief Vraagafhankelijk Vervoer en/of leerlingenvervoer te kunnen "inhuren" bij een vervoerder voor de inwoners van het gebied.

Concessies en aanbesteding[bewerken]

Om de meest geschikte vervoerder te vinden, organiseert de OV-autoriteit als concessieverlener een openbare aanbesteding. De concessieverlener verdeelt het grondgebied en/of de bestaande lijnen in in zogenaamde consessiegebieden die als hapklare pakketten worden aanbesteed. Voor zo'n concessiegebied kiest de concessieverlener voor een periode van maximaal acht jaar (bij concessies met rail maximaal 15 jaar) de vervoerder die de beste kwaliteit, de laagste prijs of een combinatie van beide biedt. De tendens is dat steeds meer OV-autoriteiten de beoordeling voor een groter deel afhankelijk laten zijn van de geboden kwaliteit.

Consumenteninspraak[bewerken]

De Wet Personenvervoer 2000 heeft consumentenorganisaties een formele positie gegeven in het openbaar vervoer. De vervoerder en de OV-autoriteit dienen over hun voornemens (zoals nieuwe dienstregelingen) vooraf advies te vragen aan consumentenorganisaties. Wanneer deze hun advies uitbrengen dient daarop gemotiveerd en tijdig te worden gereageerd. Men spreekt hier ook wel van reizigersinspraak. Op regionaal niveau is deze inspraak georganiseerd in ROCOVs, geënt op het landelijke Locov.

Onderhands gunnen[bewerken]

Het onderhands gunnen van het regionaal openbaar vervoer aan de zittende vervoerder is in enkele gebieden nog toegestaan: voor het vervoergebied van de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Deze uitzondering is een gevolg van druk die op het derde kabinet Balkenende werd uitgeoefend, met name vanuit de vakbonden.

Laagste prijs[bewerken]

Met de 'laagste prijs' wordt eigenlijk de vervoerder bedoeld die de minste exploitatiesubsidie nodig heeft (of denkt te hebben) om het vervoer te kunnen uitvoeren. Met de 'beste kwaliteit' bedoelen de meeste concessieverleners de vervoerder die de meeste dienstregelinguren (DRU's) levert. Sommige concessieverleners stellen echter geen tot weinig eisen waar deze DRU's dienen te worden ingezet, zodat een vervoerder extra DRU's mag inzetten op succesvolle spitslijnen en minder DRU's op het platteland.

Taxivervoer[bewerken]

De Wet Personenvervoer voorzag voor het taxivervoer een andere marktordening, namelijk een bijna volledige liberalisatie waarin ieder die aan enkele minimale voorwaarden voldeed de weg op kon als taxichauffeur. De negatieve gevolgen hiervan werden door de media geduid als de 'Taxi oorlog'. Inmiddels wordt de liberalisatie stapsgewijs teruggedraaid en overweegt het ministerie om chauffeurs te verplichten om te opereren als onderdeel van een taxicentrale (2009).

Concessie[bewerken]

De concessie is de vergunning om het regionaal openbaar vervoer voor een bepaalde periode te mogen uitvoeren.
Concessieduur: De maximale concessieduur is acht jaar. De minister mag uitzonderingen maken voor concessies (tot uiterlijk 15 jaar), waarbij de concessiehouder grote investeringen moet doen. Een voorbeeld hiervan is de 10-jarige concessie Zutphen-Oldenzaal, waarbij de concessiehouder nieuwe treinstellen moest aanschaffen.
Concessie-omvang: De geografische omvang van de concessie. De meeste OV-autoriteiten kiezen een natuurlijk afgebakend gebied. Bijv. de concessie Hoeksche Waard (van OV-autoriteit Provincie Zuid-Holland) of Voorne Putten-Rozenburg (van OV-autoriteit Stadsregio Rotterdam). Kleinere concessies hebben als voordeel dat bedrijven makkelijker tot de OV-markt kunnen toetreden. Grotere concessies kunnen efficiencyvoordelen bieden.
Concessiebreedte: Het aantal modaliteiten dat binnen de concessie hoort. In Rotterdam heeft men tram, metro en bus in een concessie. In Den Haag zijn de tram en bus gescheiden in twee aparte concessies.
Concessiediepte: Infrastructuur, personeel en/of materieelpark binnen de concessie of in eigendom van de aanbestedende overheid. In Zweden wordt alleen het management aanbesteed en is het materieel eigendom van de overheid (de managementaanbesteding). In Nederland wordt niet alleen het management, maar ook het busmaterieel geleverd door de winnende vervoerder.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]